Euro en cent

- 28 - Werkbladen

De leerlingen oefenen het omgaan met geld. Ze vullen aan of verminderen op hele tientallen. Daarbij stoten ze op analogieën, die hen bij het rekenen helpen.

Stefan krijgt van zijn moeder 10 euro om te kopen iets. De kinderen moeten berekenen hoeveel wisselgeld hij steeds terugkrijgt.

Werkblad past bij de volgende producten

Heb je met je familie al eens een uitje naar een meer gemaakt? Weet je wat je ouders voor het ijs en de lunch betaalden? Leer met geld omgaan.

Hier leren de leerlingen de waarde van geld oplopende volgorde te sorteren. Daarbij leren ze de eenheid euro en cent in hun schrijfwijze kennen.

Werkblad past bij de volgende producten

Hier leren de leerlingen de waarde van geld oplopende volgorde te sorteren. Daarbij leren ze de eenheid euro en cent in hun schrijfwijze kennen.

Werkblad past bij de volgende producten

Tel het geld bij elkaar op in de individuele rechthoeken. Hoeveel geld bevindt zich in de zakken met geld?

Tel de biljetten en munten bij elkaar op en noteer de oplossing in het vakje ernaast.

Rekenen met euro's en centen (decimaal bedrag) - schriftelijk optellen, vermenigvuldigen en aftrekken tot 100 €.

Werkblad past bij de volgende producten

Geldbedragen omzetten heb je in het dagelijks leven zeer vaak nodig. Daarom is het belangrijk om dit vaak te oefenen. Hier kunnen de leerlingen zich met het thema geldbedragen omzetten bezighouden!

Werkblad past bij de volgende producten

Geldbedragen moeten op verschillende manieren worden geschreven in een winkelsituatie moet het wisselgeld worden berekend.

Werkblad past bij de volgende producten

De getoonde bedragen moeten worden herkend. Er is ook een oefening met betrekking tot >, < of =.

Werkblad past bij de volgende producten

De leerlingen leren zich redden in het getallengebied 20. Ze leren de oneven en even nummers tot ongeveer kennen. Eenvoudige geïllustreerde rekenvoorbeelden met geldbedragen moeten worden uitgevoerd, zonder overschrijding van de tien.

De leerlingen krijgen een eerste idee van de waarde van geld (5 €, 10 €). Ze moeten tekstopgaven uitvoeren. In aanvulling op berekening zelf, moet ook een tekst worden gevormd.

Op dit werkblad leren de kinderen onze bankbiljetten en munten kennen. Bovendien moeten zij ook worden toegepast in een praktisch voorbeeld.

De leerlingen leren optellen op aftrekken met hele tientallen in het getallengebied 100. Daarbij moeten eenvoudige invuloefeningen worden uitgevoerd.

De leerlingen leren om te gaan met euromunten. Ze oefenen daarbij het optellen en aftrekken op een eenvoudige wijze in het getallengebied 100.

Werkblad past bij de volgende producten

In dit werkblad leer je rekenen met geld.

De leerlingen leren de tientallen tot 100 kennen. Ze leren met behulp van bankbiljetten en munten, verschillende geldbedragen op verschillende manieren samen te stellen.

De leerlingen leren euromunten en biljetten kennen. Ze vergelijken geldbedragen met elkaar. Door eenvoudig optellen komen ze de totale waarde van geld te weten.

Werkblad past bij de volgende producten

Studenten leren het euroteken (€) kennen en leren eenvoudige geldbedragen op te tellen.

Werkblad past bij de volgende producten

Familie Muller wil graag een nieuwe tuin aanleggen. Maar ze moeten daar heel veel dingen voor kopen. Hoeveel geld geeft de familie Muller uit? (Optellen zonder komma).

Rekenen met geld is een van de belangrijkste onderwerpen in de rekenles, dit omdat men het in het dagelijks leven bijna elke dag nodig heeft. Hier kunnen de leerlingen oefenen.

Vergelijk de hoeveelheden geld in de spaarpotten en bepaal dan wie het meest gespaard heeft.

Zoek met verschillende berekeningen uit, hoeveel geld de spaarkampionen nog te weinig hebben of hoeveel ze nog over hebben.

Tel de prijzen van het speelgoed bij elkaar op en kruis aan, of het desbetreffende kind het speelgoed kan kopen met het geld dat hij/zij heeft gespaard.

Noteer alle tientallen en eenheden en kijk dat de uitkomst is.

De leerlingen leren verschillende groottes, zoals geldbedragen te vergelijken. Ze gebruiken de juiste symbolen (=,<,>). Zo leren ze zich in het getallengebied 100 te orienteren.

Lees de sommen zorgvuldig door en ontdek welk bedrag het grootst is.

← Stap terug
Footer